24 december 2025 – Per vandaag hebben we hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 15 oktober 2025. Zie ook ons eerder bericht over onze eerste rechtszaak waarbij ons beroep ongegrond is verklaard.
De gemiddelde doorlooptijd bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State was in 2024 ongeveer 34 weken. Een uitspraak zal naar verwachting op zich laten wachten tot in september 2026.
Het beroepsschrift is hier integraal opgenomen.
Betreft: hoger beroep tegen uitspraak van 22 oktober 2025 van de rechtbank Noord-Holland te Haarlem, zaaknummer HAA25/198 – ECLI:NL:RBNHO:2025:12125
Lienden, 24 december 2025
Geachte leden van de Afdeling bestuursrechtspraak,
Per uitspraak van 22 oktober 2025 heeft de rechtbank Noord-Holland te Haarlem ons beroep ongegrond verklaard. Namens stichting Huiskat Thuiskat stel ik bij deze hoger beroep in. Hierbij voeren we vier beroepsgronden aan.
(1) De rechtbank Haarlem heeft ten onrechte geconcludeerd dat er geen sprake was van voorwaardelijke opzet. (2) Verder heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat er geen bewijs dan wel concrete aanknopingspunten voor overtredingen zijn aangeleverd. (3) In tegenstelling tot het oordeel van de rechtbank kan verder onderzoek naar de overtredingen wel degelijk leiden tot vaststelling van feiten en omstandigheden. (4) Tot slot heeft de rechtbank miskend dat nader onderzoek door GS wél in verhouding staat tot het geschonden belang. Deze vier punten lichten we hieronder toe, waarna we afsluiten door uit te leggen waarom ons handhavingsverzoek noodzakelijk is. (5)
- De rechtbank heeft ten onrechte geconcludeerd dat er geen sprake was van voorwaardelijke opzet.
De rechtbank stelt in rechtsoverweging 6 dat niet zou zijn gebleken dat een eigenaar die zijn kat zonder begeleiding naar buiten te laten een zogenaamde “niet te verwaarlozen kans” aanvaardt dat zijn kat een beschermd dier doodt of vangt. Het buiten loslaten leidt volgens de rechter namelijk “in een aanzienlijk deel van de gevallen” niet tot de vangst van een beschermde soort. Wij reageren hier als volgt op.
1.1 De rechtbank Haarlem heeft niet de juiste maatstaf gehanteerd voor het vaststellen van voorwaardelijke opzet.
In het zogenaamde Knobbelzwanenarrest van 6 september 2023 heeft uw Afdeling een maatstaf gegeven voor wanneer er sprake is van voorwaardelijke opzet tot het doden van een beschermd dier. Zie rechtsoverweging 8.2: ‘Onder opzet valt niet alleen de situatie waarbij iemand het oogmerk heeft om een beschermd dier te doden of te verstoren, maar ook de situatie waarbij iemand willens en wetens de niet te verwaarlozen kans aanvaardt dat een beschermd dier wordt gedood of verstoord.’ In casu heeft de rechtbank een andere maatstaf gebruikt. De rechtbank heeft geoordeeld dat er geen voorwaardelijke opzet is, omdat het loslopen van katten “in een aanzienlijk deel van de gevallen niet tot de vangst van een beschermde soort leidt”. Daarmee is niet het juiste criterium toegepast. Er is namelijk een verschil tussen “niet te verwaarlozen” en “een aanzienlijk aandeel van de gevallen niet”. Een “niet te verwaarlozen risico” is een risico dat groter is dan een zeer klein risico. Wat een “aanzienlijk deel” is, hangt van de context af en heeft een sterk subjectief karakter. Een aanzienlijk deel zou bijvoorbeeld ook tweederde of viervijfde van een geheel kunnen zijn. Dit betekent ook dat het spiegelbeeld ( het risico) één op drie of één of vijf zou kunnen zijn. Dit is veel meer dan een “niet te verwaarlozen” kans.
1.2 De rechter heeft de risicobeoordeling ondoorzichtig gemaakt en de risicobeoordeling onvoldoende gemotiveerd.
Het doel van natuurbeschermingsrecht is om schade aan de natuur te voorkomen. Om vast te stellen of er sprake is van voorwaardelijke opzet, moet eerst bepaald worden of er een risico bestaat dat beschermde dieren worden gegrepen, en zo ja, hoe groot dit risico is. De rechtbank Haarlem heeft dit omgedraaid en gesteld dat er in een aanzienlijk aandeel van de gevallen géén beschermde dieren zouden worden gevangen. Door het risico uit te drukken als het spiegelbeeld ervan (de kans dat het niét gebeurt) heeft de rechtbank diens risicobeoordeling ondoorzichtig gemaakt. Bovendien heeft de rechtbank de uitspraak niet cijfermatig onderbouwd.
Hoe groot een “aanzienlijk deel van de gevallen” is, is niet duidelijk geworden. Het risico op natuurschade kan niet altijd in exacte cijfers worden uitgedrukt. In het eerder aangehaalde arrest over knobbelzwanen was een kansberekening niet mogelijk. Het was aan de Afdeling om op grond van de bekende feiten een afweging te maken. Het ging bovendien om een vergunningplichtige activiteit, waarvan voorafgaande de activiteit een beoordeling moest worden gemaakt. In de onderhavige zaak gaat het niet om een vergunningplichtige activiteit waar vooraf een beoordeling van moet worden gemaakt, maar om het daadwerkelijk vangen en doden van beschermde dieren.
In onderhavige zaak echter zijn er wel degelijk cijfers voorhanden. Het loslopen van huiskatten is een wijdverspreide en bestendige praktijk. In ons beroepsschrift hebben wij dan ook de nodige wetenschappelijke onderzoeken aangehaald. Het was daarom voor de rechter mogelijk geweest om een standpunt in te nemen over deze aangehaalde cijfers. Vervolgens had de rechtbank een conclusie kunnen trekken over de omvang van het risico. Dit heeft de rechtbank niet gedaan. Het is daarom niet duidelijk geworden wat “een aanzienlijk deel van de gevallen” inhoudt en welke cijfers de rechtbank als uitgangspunt heeft genomen. Omdat dit had gekund is de uitspraak van de rechtbank volgens ons onnodig vaag en dus onvoldoende gemotiveerd.
Overigens, hierbij zij herhaald dat de kans dat een loslopende huiskat een beschermd dier grijpt, zeker niet te verwaarlozen is. We verwijzen voor de onderzoeken en de toelichting naar ons eerdere beroepsschrift, zie pagina 2 eerste helft van de pagina en pagina 6, paragraaf 2.4. Als de rechtbank de wetenschappelijke cijfers en de juiste maatstaf voor voorwaardelijke opzet gebruikt had, dan had de rechtbank moeten concluderen dat het risico niet te verwaarlozen was. Immers, zo stelt ook prof. mr. dr. Trouwborst, dat wetenschappelijk onderzoek aantoont dat de gemiddelde loslopende huiskat tussen de 15 en 50 prooien per jaar vangt. Daarvan zijn een kwart vogels, die in elk geval wettelijk beschermd zijn. Zie de volgende paragraaf.
Paragraaf 1.3 is niet openbaar en volgt mogelijk later.
1.4 GS van Groningen hebben erkend dat er onder omstandigheden sprake kan zijn van een overtreding als een loslopende kat een beschermd dier vangt.
Op moment van schrijven hebben GS van Groningen een vergelijkbaar handhavingsverzoek afgewezen, waartegen we inmiddels beroep hebben ingesteld. GS van Groningen schrijven in hun beschikking op bezwaar het volgende: “In algemene zin merken wij nog het volgende op. Wij onderkennen dat er casussen zouden kunnen bestaan waarin de overtreding en de toerekenbaarheid wel vast zouden kunnen komen te staan en dat de kans op herhaling van de overtreding wel groot zou kunnen zijn. In dat geval zou de vraag rijzen welke herstelsanctie een bestuursorgaan zou moeten opleggen (…)”. Zie bijlage 3, de afwijzing van het handhavingsverzoek van GS van Groningen van 27 maart 2025, punt 5. Wat ons betreft gaan GS van Groningen niet ver genoeg omdat er volgens ons altijd sprake is van een overtreding wanneer een katteneigenaar willens en wetens een kat loslaat en de kat een beschermd dier vangt. Echter, het schrijven van GS van Groningen gaat wel in tegen het oordeel van GS van Noord-Holland en de rechtbank dat er nooit sprake is van een overtreding.
1.5 Een vergelijking met het verkeer gaat niet op.
De rechter trok in zijn mondelinge uitspraak een vergelijking met autorijden. Ook bij autorijden zou het niet te voorkomen zijn dat er af en toe een beschermd dier wordt gedood. Impliciet stelde de rechter dat moet worden voorkomen dat natuurbeschermingsrecht alledaagse activiteiten zou verhinderen. Hier reageren wij als volgt op.
In de eerste plaats gaat het hier niet over autorijden. Het los laten lopen van huiskatten moet op eigen merites worden beoordeeld. Ten tweede en ter overvloede, de kans dat een gemiddelde automobilist in een gegeven jaar een beschermd dier doodrijdt, is vele malen kleiner dan de kans dat een loslopende kat een beschermd dier doodt. In Vlaanderen worden er naar schatting 6 miljoen wilde dieren per jaar aangereden. Voor Nederland wordt dit niet bijgehouden, maar de verwachting is dat het ongeveer hetzelfde aantal betreft.12 In Nederland wordt elk jaar bijna 150 miljard kilometer gereden door motorvoertuigen (exclusief motorfietsen en brommers). De gemiddelde automobilist met een benzineauto rijdt ongeveer 11.000 kilometer per jaar.13 De gemiddelde Nederlandse automobilist met een benzineauto rijdt daarom naar schatting eens per twee jaar een wild dier dood.14 Dit is een ruwe schatting.15 Het geeft wel aan dat er hoe dan ook een groot verschil is met loslopende huiskatten. Een loslopende kat doodt gemiddeld minimaal 14 dieren per jaar, dus ongeveer 28 maal zoveel. Bovendien is het aan overheden om maatregelen te nemen op plekken waar de kans op het doodrijden van beschermde dieren groot is. Dit is voor een individuele automobilist namelijk lastig in te schatten. Overheden kunnen middelen plaatsen om wilde dieren af te schrikken, wildpassages aanbrengen, de maximumsnelheid verlagen, of in het uiterste geval het verkeer (tijdelijk) omleiden. Automobilisten die zich daar niet aan houden, lopen uiteraard wel het risico op een boete.
2. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat er geen bewijs dan wel concrete aanknopingspunten voor overtredingen zijn aangeleverd.
2.1 Er is sprake van een motiveringsgebrek.
Er is door de rechtbank in rechtsoverweging 4 niet ingegaan op onze motivatie in ons beroepsschrift, waarin op pagina 5 en verder per overtreding uitgelegd waarom er sprake is van bewijs. Dit leidt tot een motiveringsgebrek in de uitspraak van de rechtbank.
2.2 De rechtbank heeft de lat voor “concrete aanknopingspunten” te hoog gelegd.
De rechter vond de aangeleverde bewijsmiddelen kennelijk geen concrete aanknopingspunten. Het is echter niet in te zien hoe we nog concretere aanknopingspunten hadden kunnen aanleveren dan we hebben gedaan.
Burgers maakten vangsten van katten openbaar en de website “watvangtdekat.waarneming.nl” faciliteerde dit.16 Er zijn foto’s van gedode beschermde dieren, soms van binnen de woning van de burger, met de naam van de burger en het adres. Af en toe zijn de waarnemingen voorzien van teksten zoals: “Eerste wintervangst van de kat” en “Mee naar binnen genomen door de kat”. Burgers hadden geen reden om terughoudend te zijn en de feiten te verhullen of te verdraaien. Er is immers nog nooit gehandhaafd tegen katteneigenaren. De waarnemers werden door waarneming.nl aangemoedigd hun echte naam te gebruiken en om de daadwerkelijke locatie van de vondst van de prooi te delen. Deze locatie kan in een deel van de gevallen bevestigd worden doordat op de foto te zien is waar deze is genomen. De rechter suggereerde in zijn mondelinge toelichting dat de aangeleverde informatie met kunstmatige intelligentie gegenereerd zou kunnen zijn. Ook stelde de rechter dat de prooien door een andere kat gemaakt zouden kunnen zijn dan de katten in het handhavingsverzoek. Dit zijn theoretische mogelijkheden, want dit is niet voor de hand liggend. Bovendien mag van een burger geen sluitend bewijs verwacht worden voordat er sprake is van concrete aanknopingspunten. Anders zou een bestuursorgaan bijna alle handhavingsverzoeken naast zich neer kunnen leggen, wat de effectiviteit van het natuurbeschermingsrecht zou uithollen.
- In tegenstelling tot het oordeel van de rechtbank kan verder onderzoek wél leiden tot vaststelling van feiten en omstandigheden.
Een bezoek bij de burger kan de feiten bevestigen. Zo kan de burger desgevraagd bevestigen dat diens kat een beschermd dier heeft gevangen. De overtreders in kwestie hebben de feiten immers niet onder stoelen of banken gestoken. De toegevoegde waarde van een huisbezoek is in de praktijk al bewezen. In de provincie Groningen hebben we een vergelijkbaar handhavingsverzoek ingediend. Op 4 december 2024 is een inspecteur van de provincie op bezoek gegaan op het adres van de katteneigenaar. De inspecteur heeft vastgesteld dat ter plaatse de burger woonde die de melding op watvangtdekat.waarneming.nl had gedaan, dat deze burger eigenaar was van een huiskat, en dat deze eigenaar de huiskat los liet lopen. Zie bijlage 4 en dan het inspectierapport.
- De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat nader onderzoek door GS niet in verhouding zou staan tot het geschonden belang.
Het doden van beschermde dieren is strikt genomen een economisch delict. Dit enkele feit laat zien dat het geschonden belang al zwaarwegend is. Bovendien wijst niets er op dat de katteneigenaren in kwestie gestopt zijn met het loslaten van hun kat. Het gaat dus om ernstige én voortdurende overtredingen. Het minste wat GS zouden kunnen doen is op bezoek gaan en het gesprek aangaan met de betrokken burgers. Dit is geen zwaar opsporingsmiddel. Dat dit nader onderzoek niet proportioneel zou zijn, is daarom onjuist. Ook in de provincie Groningen is gebleken dat er afdoende belang was voor verder onderzoek. In deze provincie heeft een inspecteur op grond van vergelijkbare feiten aanleiding gezien om op bezoek te gaan bij de katteneigenaar. De katteneigenaar is door de inspecteur aangesproken op de zorgplicht voor de beschermde natuur, waarna de burger liet weten de kat voortaan binnen te houden en daarna geen nieuwe “buitenkat” meer te nemen. Daarmee hebben GS van Groningen zich in elk geval ingespannen om toekomstige overtredingen te voorkomen.
- Tot slot, ons handhavingsverzoek is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat wettelijk beschermde dieren daadwerkelijk beschermd worden.
5.1 Loslopende huiskatten doden en verstoren miljoenen beschermde dieren per jaar, maar er zijn geen beperkingen voor het los laten lopen van huiskatten.
Zelfs in en rondom Natura 2000 gebieden gelden geen beperkingen. In de meeste Natura 2000 gebieden is wel aangegeven of honden welkom zijn en waar ze aangelijnd moeten worden. Een hondeneigenaar die zich daar niet aan houdt, loopt het risico op een boete. Katteneigenaren gebruiken natuurgebieden als uitlaatgebied, zonder beperkingen. Omdat Nederland zo’n dichtbevolkt land is, wonen er in of nabij elk natuurgebied kattenbezitters. Elk weiland en elk natuurgebied in Nederland wordt daarom dag en nacht doorkruist door loslopende huiskatten. Naast predatie zorgt dit ook voor veel verstoring. Ook volgens de Vogelbescherming moeten vogels beter beschermd worden tegen loslopende huiskatten. In een recent ingenomen standpunt zegt de Vogelbescherming het volgende:
‘Predatiedruk
De meeste slachtoffers vallen onder algemeen voorkomende vogels in de bebouwde kom en vogels die op de grond broeden, zoals weidevogels en kustvogels. Ook de eieren en kuikens van grondbroedende vogels zijn bijzonder kwetsbaar. Huisdieren vangen niet alleen vogels; katten vangen vooral veel muizen, honden ook andere zoogdieren, zelfs reeën en jonge herten. Hiermee hebben katten en honden invloed op de kwaliteit van leefgebieden. Alle prooidieren die verdwijnen in de maag van een huisdier verdwijnen niet in de maag van natuurlijke predatoren (zoals roofvogels, vossen of marters). Daarmee oefenen huisdieren invloed uit op de predatiedruk binnen een gebied. Zij hebben dus direct én indirect grote invloed op de vogels die in Nederland leven. Er zijn verschillende maatregelen bedacht om de impact van katten en honden te reduceren, zoals TNR (Trap, Neuter & Return), het periodiek binnen houden van katten of het gebiedsgericht aanlijnen van honden. De meeste van deze maatregelen zijn halfslachtig, omdat de predatie in stand blijft en er amper handhaving is.
Juridisch kader
- Eigenaren zijn verantwoordelijk voor het welzijn van hun huisdier (artikel 1.3 & 1.4 van de Wet dieren) en voor diens daden (artikel 6:179 van het Burgerlijk wetboek).
- Alle in het wild levende vogels zijn in Nederland wettelijk beschermd. Het opzettelijk doden of vangen van inheemse vogels is verboden (artikel 11.37 Besluit activiteiten leefomgeving).
- Het loslaten na het vangen van verwilderde katten en honden is verboden (artikel 11.61 Besluit activiteiten leefomgeving).
- Het moedwillig loslaten van niet inheemse dieren, waaronder huisdieren, is ook verboden (artikel 11.108 Besluit activiteiten leefomgeving).
Standpunt
- Vogelbescherming Nederland vindt dat katten en honden niet in de gelegenheid moeten worden gesteld om wilde vogels te vangen of te doden.
- Vogelbescherming Nederland vindt dat
a) de wettelijke bescherming van alle in het wild levende vogels in Nederland moet worden gerespecteerd.
b) huisdiereigenaren aangesproken moeten worden op hun verantwoordelijkheid. Want het laten loslopen van huisdieren kan leiden tot een overtreding van het verbod op het opzettelijk doden of vangen van inheemse vogels.
- Vogelbescherming Nederland vindt dat katten uit de natuur moeten worden weggevangen, specifiek in gebieden die belangrijk zijn voor op de grond broedende vogels.
a) katten waarvan de eigenaar te achterhalen is (chip of halsband met adres), kunnen naar de eigenaar terug, mits deze de verplichting aanvaarden dat de kat vervolgens in een afgesloten ruimte verblijft.
b) weggevangen katten moeten na het steriliseren/castreren niet worden teruggeplaatst, want dit houdt de predatie in stand. Dit is juridisch ook niet toegestaan.
- Vogelbescherming Nederland vindt dat in sommige geïsoleerde en/of kwetsbare gebieden, zoals eilanden, een algeheel kattenverbod noodzakelijk kan zijn om inheemse vogelpopulaties effectief in hun voortbestaan te beschermen.17”
5.2 Er is een kentering in het denken over loslopende huiskatten, maar dit leidt vooralsnog niet tot veel minder loslopende katten.
Tegenwoordig vragen veel gemeenten aan katteneigenaren om de kat tijdens het broedseizoen binnen te houden. In de provincie Friesland wordt elk broedseizoen de voorlichtingscampagne “Kuikens in het land, poes in de mand” gehouden. In de sociale media wordt steeds vaker negatief gereageerd op het los laten lopen van huiskatten. Bovendien is bij Soesterberg voor het eerst aan toekomstige bewoners van een woonwijk gevraagd geen loslopende huiskat te nemen.
Casus: “Park Vliegbasis Soesterberg”
De geplande wijk ligt bij het zogenaamde “Park Vliegbasis Soesterberg” waar de grootste kolonie veldleeuweriken van Nederland broedt. De grootste kolonie van Nederland telt overigens slechts 200 broedparen, want sinds 1960 zijn 95% van de veldleeuweriken verdwenen. Veldleeuweriken zijn grondbroeders en zijn daarom extra kwetsbaar voor predatie en verstoring door loslopende huiskatten, zie bijlage 5. De oproep van de projectontwikkelaar om geen katten los te laten lopen is vrijblijvend. We denken niet dat de oproep van de projectontwikkelaar veel uit zal halen. Uit ons eigen onderzoek op Schiermonnikoog is gebleken dat bewustzijn van kwetsbare natuur niet heeft geleid tot minder loslopende huiskatten.
Wanneer nieuwe wijk gebouwd en bewoond wordt, dan is volgens ons daarom te verwachten dat de geplande 500 huishoudens ongeveer 200 huiskatten gaan nemen. Uit ons eigen onderzoek op het eiland Schiermonnikoog blijkt namelijk dat de 500 huishoudens die daar wonen, ook ongeveer 200 huiskatten hebben.18 Deze cijfers komen bovendien overeen met de landelijke cijfers over huiskattenbezit. Van deze 200 huiskatten zal het overgrote deel regelmatig buiten los gaan lopen, namelijk tussen de 60 en 80%. Dit is gelijk aan het landelijke loslooppercentage en het loslooppercentage op Schiermonnikoog (80%). Dat betekent dat er rondom de nieuwbouwwijk bij Park Vliegveld Soesterberg tussen de 120 en 160 katten regelmatig buiten los zullen gaan lopen. Het is zeer waarschijnlijk dat een deel van deze katten zal gaan rondwandelen in het broedgebied van de veldleeuwerik.
Casus: “Nationaal Park Schiermonnikoog”
Het eiland Schiermonnikoog bestaat voor 90% uit Natura 2000 gebied, het Nationaal Park Schiermonnikoog.19 Er zijn in Nederland 21 Nationale Parken. Het Nationaal Park Schiermonnikoog is van bijzonder belang voor vogels. Dat komt doordat het eiland zeer geschikt is als broedgebied, maar ook omdat landpredatoren zoals de vos en steenmarter afwezig zijn. Daardoor heeft het Nationaal Park een functie als vogelreservaat. De eilandbewoners zijn uitgebreid voorgelicht over het gevaar van katten voor wilde dieren, want al jarenlang wordt op Schiermonnikoog aandacht besteed aan katten en natuurbescherming. Zo zijn er speciale acties om katten te laten chippen en castreren en worden verwilderde katten uit het buitengebied weggevangen. Desondanks blijkt uit ons eigen onderzoek dat het kattenbezit vergelijkbaar is met de landelijke cijfers. Verder laat 80% van de katteneigenaren de kat regelmatig buiten los rondlopen. Hier blijkt uit dat voorlichting aan katteneigenaren op zichzelf niet leidt tot veel minder loslopende huiskatten. Dit maakt het noodzakelijk om dit handhavingsverzoek in te dienen.
5.3 Het artikel van Trouwborst en Somsen is in 2019 en 2020 veel in het nieuws geweest, maar dit heeft niet geleid tot politieke actie.
In 2019 verscheen het eerder aangehaalde artikel van Trouwborst en Somsen, waarin deze rechtswetenschappers concludeerden dat Europese lidstaten het los laten lopen van huiskatten zouden moeten verbieden. Het artikel werd breed uitgemeten in de media. Statenleden, gedeputeerden en organisaties met interesse in natuurbescherming moeten kennis hebben genomen van het artikel. Desalniettemin is politieke actie uitgebleven.20 Het innemen van een politiek standpunt tegen het loslopen van huiskatten ligt gevoelig. In de eerste plaats omdat veel kiezers loslopende huiskatten hebben. In de tweede plaats omdat ook politici loslopende katten hebben, waardoor initiatieven om actie te ondernemen intern worden geblokkeerd.
Zo hebben we contact gehad met een Statenlid dat graag in actie wilde komen. Op haar uitnodiging hebben we een wederzijds informerend gesprek gehad over dit onderwerp. Ze wilde de verantwoordelijk gedeputeerde kritische vragen stellen over loslopende katten in Natura 2000 gebieden. We hebben het Statenlid vragen aangeleverd die ze de gedeputeerde zou kunnen stellen. Ze liet weten dat ze deze vragen eerst intern zou overleggen. Helaas liet ze daarna niets meer van zich horen. Op berichten van onze kant werd niet meer gereageerd. Wij gaan er daarom vanuit dat ze intern onvoldoende politiek draagvlak vond om dit onderwerp verder te brengen. Dit verklaart ook waarom de jarenlange media-aandacht voor dit onderwerp niet tot kritische geluiden vanuit de provinciale politiek geleid heeft.
5.4 Ons handhavingsverzoek en hoger beroep is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat wettelijk beschermde dieren daadwerkelijk beschermd worden.
In de eerste plaats is het handhavingsverzoek nodig om te bevestigen dat het grijpen van beschermde dieren door huiskatten een overtreding is. Zolang provinciebesturen niet erkennen dat er überhaupt sprake is van een overtreding, zullen zij niet in actie komen om beschermde dieren tegen huiskatten te beschermen.
In de tweede plaats is het belangrijk om een norm te stellen voor burgers. Tot nog toe wordt het helaas vaak normaal gevonden dat loslopende katten wilde dieren doden. Om de norm te veranderen, is het noodzakelijk om een (bescheiden) risico op een boete te introduceren voor katteneigenaren die hun kat daadwerkelijk een beschermd dier laten grijpen. Voorlichting over de schadelijke gevolgen van het los laten lopen van huiskatten wordt niet serieus genomen als er niet tegelijkertijd sancties bestaan. Want als doden van beschermde dieren door huiskatten zo erg is, waarom doet de overheid er dan niets aan? Het is bovendien niet meer dan logisch dat katteneigenaren een risico op een boete gaan lopen als hun kat een beschermd dier doodt. Voor hondeneigenaren geldt dit al jaar en dag.
Tot slot, de noodzaak van het handhavingsverzoek is vooral gelegen in de snelle en dramatische achteruitgang van de biodiversiteit in Nederland. Er is geen tijd meer om niets te doen. De weidevogels in Nederland, waaronder onze nationale vogel de grutto, nemen schrikbarend in aantal af. Dit komt vooral door problemen als stikstofneerslag en klimaatverandering, maar dit wordt verergerd door het loslopen van huiskatten. Omdat het zo slecht gaat met de biodiversiteit, is het nodig om álle drukfactoren aan te pakken. Als stichting hebben we ervoor gekozen om ons te concentreren op een drukfactor waar nog weinig andere organisaties zich mee bezig houden. We begrijpen dat predatie en verstoring door huiskatten niet op de korte termijn kan worden opgelost, maar we richten ons op de lange termijn. De eerste stap is vaststellen dat overheden beschermde dieren moeten beschermen. Pas dan kan er begonnen worden met het (samen)werken aan oplossingen.
Hoogachtend, namens Stichting Huiskat Thuiskat,
Roel van Dijk LLM
Contact en informatie:
(contactgegevens)
- Reflectie van een deskundige jurist op de uitspraak van de rechtbank Haarlem
- Nederlandse vertaling van het rechtswetenschappelijke artikel van Trouwborst en Somsen van 2019, “Huiskatten (Felis catus) en Europees Natuurbeschermingsrecht – De toepassing van de Vogel- en Habitatrichtlijn op een Belangrijke maar Onderschatte Bedreiging voor Wilde Dieren”, origineel via https://doi.org/10.1093/jel/eqz035 Nederlandse vertaling via https://huiskatthuiskat.nl/wp-content/uploads/2021/03/Huiskatten-en-Europees-Natuurbeschermingsrecht-JoEL-2019-0.pdf
- Afwijzing handhavingsverzoek GS van Groningen na bezwaar, 27 maart 2025, zie punt 5
- Afwijzing handhavingsverzoek GS van Groningen met inspectierapport, 22 januari 2025
- Nieuwsartikel “Wordt dit de eerste kattenvrije woonwijk van Nederland?”, Algemeen Dagblad, 20 november 2025
- Anekdotische illustratie, nieuwsartikel RTL Nieuws, 12 november 2016, “Jacquelines kat doodt zeer zeldzame vogel: vogelspotters in rouw”.
- Anekdotische illustratie, bericht op een discussieforum, 8 juni 2016, “Mijn kat Mario heeft een leuke hobby, hij spaart namelijk vogels”.
